De Vaderlandsliefde van de Skybolts


Skybolts in 1965.

Sinds 1948 is het een goede gewoonte om op Koninginnedag en Bevrijdingsdag allerlei festiviteiten te organiseren. Muziek speelt hierbij steeds een voorname rol.

Op een zonnige Koninginnedag in 1964 hadden de Skybolts een optreden in een zaaltje in Diepenveen. Al vroeg in de avond arriveerde de band om het instrumentarium op te zetten. Nadat het spul stond kwam de eigenaar van de zaak naar de jongens toe met een verzoek. Of het mogelijk was de avond te openen met het zingen van ons Volkslied. Tamelijk overdonderd keken de lieden elkaar aan. Maar omdat de klant toen nog koning was werd er in toegestemd. Nadat de baas weer was verdwenen werd er wat nerveus gelachen. Rare vraag. Het Wilhelmus stond niet op het repertoire. In de korte tijd die nog restte voor de aanvang van de avond werd er toch maar even geoefend.
Om 8 uur precies stelde de band zich achter de nog gesloten gordijnen op. De zaaleigenaar maakte met een officiele speech een begin aan de avond.
Het gordijn ging langzaam open en de band zette het Volkslied in, tenminste …….
Drummer Toon Sotthewes zag het helemaal niet zitten, stapte snel van zijn drumkrukje af en verdween achter de coulissen. Ed Krebbers stond vlak tegen het linker gordijn en liep met het opengaande gordijn mee, ook achter de coulissen. Han Schalk flikte hetzelfde kunstje met het rechter gordijn. Bleef moederziel alleen over Hans Kamphuis, die wat meer verantwoordelijkheid had dan de rest van het spul. Hij was dan ook al twee jaar ouder. Of was hij te bang om ook weg te lopen? Hoe dan ook, in het volle licht van de schijnwerpers stond Hans, lang voordat Bill van Dijk hetzelfde kunstje in de Amsterdam Arena vertoonde, a capella het Wilhelmus te zingen. Het klonk voor geen meter, maar aan de wens van de eigenaar was voldaan.
Ondertussen laag de rest van de band in deuk van het lachen op de grond. Nadat Hans zijn collega's flink had uitgefoeterd, wat overigens niets hielp, werd het toch nog een gezellige avond.

Een paar jaar later was het weer feest, nu op bevrijdingsdag. In een grote tent in Bathmen was een dansavond georganiseerd. De Skybolts speelden. Om de liefde voor het vaderland nog maar eens te benadrukken was achter het podium een enorme Nederlandse vlag opgehangen. Mooi ding dachten de heren Skybolts, jammer dat we er met de rug naar toe staan en dat we hem na vanavond niet meer terug zien.
Nadat de hele avond leuk was gespeeld en de mensen weer naar huis, of de kroeg waren, moesten de instrumenten weer worden opgeruimd en in de bus geladen. Binnen de kortste keren was alles opgeruimd en was het podium helemaal leeg. Ook de vlag was weg.
Net toen de band in de bus wilde stappen kwamen enkele heren van het organiserend comité briesend aangestormd met de beschuldiging, dat de Skybolts de vlag hadden gestolen. Uiteraard werd de beschuldiging in alle toonaarden ontkend, maar je kon iedereen hardop horen denken: "Shit, dit gaat fout, hoe komen we hier uit?" Gewoon blijven ontkennen. De zaak escaleerde en de boze heren werden nog veel bozer. Ze eisten dat de bus werd uitgepakt. Na een beetje gezeur werd dit inderdaad gedaan. Alles er uit, alle koffers en kisten open, de hele bus doorzocht. Maar geen vlag. Triomfantelijk riepen de heren Skybolts, dat ze de waarheid spraken en geen dieven waren. Zichtbaar teleurgesteld droop het organiserend comité af.
De bus werd weer ingepakt. Ineens voltrok zich een wonder: de vlag kwam zomaar tevoorschijn. Helaas waren de heren organisatoren al weg. Teruggeven kon dus niet meer. Om de vlag in ere te houden heeft hij nog vele malen het podium gesierd.
Blijft de vraag waarom de boze heren de vlag niet hebben gevonden. Het antwoord op dit mysterie is heel eenvoudig: ze hadden niet IN de bus moeten zoeken maar ERONDER. Gerard Elshof had hem daar zolang even neergelegd.
De Skybolts hebben in de jaren daarna niet meer op Oranje- en bevrijdingsfeesten in Bathmen gespeeld. Toch jammer.

Dit verhaal is overgenomen uit de Stadskrant van 10 oktober 2000.


Terug naar begin.